Uncategorized

Kopermijn bedreigt Boeddhistische stad in Afghanistan (Dutch)

Zittend Boeddhabeeld in Mes Aynak. Foto van Brent Huffman.

Dat IS werelderfgoed aan gruzelementen slaat en plat bulldozert was de laatste maanden wereldnieuws. In Afghanistan loopt een Boeddhistische stad het gevaar geruimd te worden. Niet door moslimfundamentalisten, maar om plaats te maken voor een kopermijn. Met instemming van de Afghaanse regering en de internationale gemeenschap. Zij zien mijnbouw als de redding van het land dat na het vertrek van de westerse troepen op de rand van de financiële afgrond staat. De antieke stad is van onschatbare waarde voor het werelderfgoed.

Het contract voor de exploitatie van de Mes Aynak-mijn in Afghanistan, een van de grootste koperdeposito’s ter wereld, werd in 2007 toegekend aan het mijnbouwbedrijf China Metallurgical Group Corporation (MCC). Het Chinese staatsbedrijf beloofde 909 miljoen US$ te investeren en verwierf daarmee voor dertig jaar de rechten voor de winning van koper. Tijdens de eerste afgravingen in Mes Aynak – wat ‘kleine koperput’ betekent – stuitten de mijnwerkers op een boeddhistisch klooster uit de vijfde eeuw. Een team van Afghaanse archeologen kreeg drie jaar de tijd om de meest waardevolle antieke relikwieën te redden. Het bleek te gaan om een complex van boeddhistische kloosters en tempels dat bijna 400,000 vierkante meter besloeg, een stad. Internationale archeologen zijn er van overtuigd dat de waarde van Mes Aynak vergelijkbaar is met die van Machu Picchu of Pompeii. Het zou kunnen behoren tot de belangrijkste archeologische vondsten ooit gedaan.  

Boeddha in toga

Afghanistan wordt in Nederland vooral geassocieerd met oorlog. Dat het Afghaanse landschap ooit bezaaid was met overblijfselen uit het verleden die getuigden van een rijke en turbulente geschiedenis is weinig bekend. Van al die oudheidkundige schatten is na ruim drie decennia van conflict weinig over. Hadda, een boeddhistische stad gelegen in het oosten van het land waar aan het begin van de twintigste eeuw opgravingen plaats hadden gevonden, werd verwoest tijdens de burgeroorlog. De in Mes Aynak gevonden beelden portretteren de Boeddha gekleed in Griekse toga. Voordat het gebied dat we tegenwoordig Afghanistan noemen halverwege de zevende eeuw in aanraking kwam met de islam was het een Boeddhistisch centrum van betekenis. Tijdens het Romeinse Rijk bloeide er de grootse Gandhara-beschaving, een versmelting van Indische en Griekse invloeden, die door de volgelingen van Alexander de Grote over Azië werd verspreid. Pelgrims uit alle delen van India en China reisden naar Afghanistan op bedevaart. Een van meest uitzonderlijke vondsten in Mes Aynak tot nu toe is die van een verguld Boeddhahoofd met Aziatische trekken, dat op Chinese invloeden wijst.

Onschatbare waarde

Naast honderden levensgrote Boeddhabeelden werden in Mes Aynak ook gouden en koperen munten, juwelen en muurschilderingen aangetroffen. Duizend jaar oude manuscripten konden in Mes Aynak bewaard blijven door de unieke klimatologische omstandigheden in het gebied. De teksten tonen aan dat er meer dan duizend jaar geleden op die locatie een beschaving leefde die het schrift kende. De oudheidkundigen vonden aanwijzingen dat er in die tijd al koper werd gemijnd en tot munten en beelden verwerkt. Mogelijk was dit de reden voor de bloei van deze antieke stad. Deze ontdekkingen leveren een bijdrage aan het herschrijven van het verleden en zijn daarmee van onschatbare waarde voor het werelderfgoed. Mes Aynak is een getuigenis van een belangrijk hoofdstuk uit de turbulente geschiedenis van het Centraal-Aziatische land: een periode van welvaart en vreedzaamheid die in schril contrast staat met de laatste decennia van conflict. Tot op heden is maar 10% van de vindplaats onderzocht. De archeologen zijn nog niet toegekomen aan de onderste grondlaag, die vijfduizend jaar oude artefacten uit de Bronstijd bevat.

Weerstand

De Afghaanse archeologen in Mes Aynak staan onder hoge tijdsdruk om, onder zware omstandigheden en met beperkte middelen, een opgraving te doen die normaliter 20 tot 30 jaar in beslag zou nemen. Brent Huffman deed in 2011 onderzoek voor een documentaire over het team dat probeerde om zoveel mogelijk kunstschatten uit Mes Aynak te redden. De Amerikaan stuitte op weerstand van experts van de Wereldbank en de Amerikaanse ambassade in Afghanistan. Zij beschouwden de kopermijn als een godsgeschenk voor het land dat voor 90% van haar budget afhankelijk was van internationale donoren. Koperwinning in Mes Aynak kan lokaal vijfduizend banen creëren en jaarlijks 541 miljoen US$ aan inkomsten voor de Afghaanse overheid genereren. Bovendien beloofde MCC te investeren in een spoorweg, elektriciteitscentrale, koolmijn en koperverwerkingsfabriek. Huffman werd onder druk gezet om van de documentaire af te zien. Tijdens de wereldpremière van ‘Saving Mes Aynak’ op het IDFA in Amsterdam noemde hij ‘vernietiging van een antieke stad door Chinese mijnbouwers’ een ‘onmogelijk verhaal’.

Raketten

De site zou al geruimd zijn geweest, als de Chinese mijnbouwers zich niet terug hadden getrokken uit Mes Aynak nadat hun kamp bestookt werd met raketten door de Taliban. Door de verslechtering van de Chinese economie en de daling van koperprijzen op de wereldmarkt kwam het ze niet slecht uit, om de investering op de lange baan te schuiven. De Afghaanse overheid zet MCC onder druk om zich aan de oorspronkelijke afspraken te houden. Haar economie, die door militaire bestedingen en buitenlandse hulp tien jaar lang een spectaculaire groei had doorgemaakt, stortte in 2013 in. De Afghaanse president Ashraf Ghani, een voormalig medewerker van de Wereldbank, heeft ambitieuze plannen om de afhankelijkheid van buitenlandse hulp snel af te bouwen. Daarin speelt mijnbouw een belangrijke rol. Ghani denkt dat zijn land binnen 15 jaar de grootste leverancier van koper en ijzer in de wereld kan worden.

 

Dit verhaal werd gepubliceerd in het Parool op 15 augustus 2015

 

Afghanistan heeft economische ontwikkeling nodig (Dutch)

Traffic jam

Vorige week kwam het bericht in de pers dat politieposten in Uruzgan waren ingenomen door de Taliban. Het veroorzaakte grote ophef in Nederland, vooral onder militairen die zich afvroegen of hun inspanningen en opofferingen tevergeefs waren geweest. Hier en daar werd de suggestie gewekt dat we er langer waren hadden moeten blijven. De westerse troepenmacht is er in veertien jaar niet in geslaagd om de Taliban te verslaan. De belangrijkste reden dat de missie in deze opzet faalde, was dat zij de Afghaanse bevolking geen duurzaam economisch toekomstperspectief kon bieden.

Het aan Uruzgan grenzende Helmand is exemplarisch voor wat er mis ging. De zuidelijke provincie, thuisland van de Taliban, was het toneel van de zwaarste gevechten in de oorlog. Van wederopbouw was weinig terechtgekomen. Er was nauwelijks industriële bedrijvigheid; werkeloosheid was hoog. Poppy tierde welig. Tegen het einde van 2010 verklaarde het Britse leger de provincie veilig. In Lashkar Gah, de provinciale hoofdstad, sprak ik begin 2011 met Afghaanse zakenmensen over economische projecten. Zij wilden best investeren, maar er was geen land beschikbaar. Ze verwachtten geen hulp van de regering in Kabul en beschouwden de lokale bestuurders als corrupt. Een van de ondernemers legde het verband met de grote aanwas van de moslimfundamentalisten in de provincie. ‘Hadden we een graansilo of een katoenfabriek, dan zouden jonge mannen zich niet aansluiten bij de Taliban.’ Britse ontwikkelingswerkers, verbonden aan de militaire basis, zeiden toe een state-of-the-art industrieterrein in de stad aan te leggen om werkgelegenheid te creëren. Zij vertrokken met de militairen in 2014 en droegen de verantwoordelijkheid voor het project over aan de Afghaanse overheid die daar de capaciteit noch de middelen voor had. Het industrieterrein kwam er niet.

Ontwikkelingssamenwerking in Afghanistan was vaak ondergeschikt aan politieke en militaire motieven. Economische projecten werden daardoor gekenmerkt door overambitieuze doelstellingen, niet afgestemd op de lokale behoeften of omstandigheden. Westerse organisaties namen als een parallelle overheid de primaire dienstverlening voor hun rekening. De regering ontwikkelde geen structureel economisch beleid. Corruptie roomde ontwikkelingsbudgetten af.  De economie die door de aanwezigheid van hulporganisaties en militaire contracten was opgebloeid stortte in toen de westerse soldaten zich begonnen terug te trekken in 2013.  Na veertien jaar buitenlandse interventie is Afghanistan nog steeds een van de armste landen ter wereld. Werkeloosheid is 40%. Binnenlandse productie is gering; import tien keer meer dan de export. Ongelijkheid is toegenomen. Een recent onderzoek van The Asia Foundation toonde aan dat Afghanen de slechte economie en de daaruit volgende werkeloosheid als het grootste probleem in hun land zien.

Om het vertrouwen van potentiele investeerders, zowel binnenlandse als buitenlandse, te herstellen zijn politieke stabiliteit en veiligheid van cruciaal belang. Voortgang in de vredesonderhandelingen zou daar een belangrijk fundament voor leggen. Wat de economie weer op gang zou helpen is het stimuleren van ondernemerschap, onder meer door het beschikbaar stellen van land en financiering, in het bijzonder landbouwkrediet. Dat vraagt niet alleen een langdurige betrokkenheid van de internationale gemeenschap, die grote infrastructurele projecten kunnen financieren, maar ook om een partnerschap met de Afghaanse overheid die de voortrekkersrol op zich moet nemen in het verbeteren van het ondernemersklimaat. Het vraagt om kleinschalige ontwikkelingsprojecten op lokaal niveau, geleid door Afghanen, op basis van lokale prioriteiten en behoeften om obstakels die mensen toegang tot markten ontzegt uit de weg te ruimen.  Het vraagt om het trainen van ondernemers en begeleiden van start-ups. Voor toekomstige militaire missies zouden we ons af moeten vragen of ontwikkeling dient om de militaire missie te doen slagen, of andersom.

 

Dit opiniestuk werd gepubliceerd in Trouw op 10 juni 2015, onder de titel ‘Een bloeiende economie kan de Taliban verslaan’.

Palmyra Under Threat

Palmyra, Syria @Mary Munnik, 2004

On Sunday Syrian government forces drove Daesh out of the ancient oasis town of Palmyra, home to a UNESCO world heritage site, of which the jihadists. had seized the northern part of the modern town on Saturday. The fighters are still just a kilometre from the archaeological site and its museum housing priceless artefacts.

Hoe succesvol waren de verkiezingen in Afghanistan nu echt?

 

DSC_0123sm

De Nederlandse media vonden de Afghaanse presidentsverkiezingen van 5 april een succes. Nu kan het land wel wat goed nieuws gebruiken, maar was dat ook zo? En wat betekent dat voor de toekomst van Afghanistan?

Zeven miljoen kiezers ging naar de stembus. Met een bevolking waar 70% onder de 25 jaar oud is, schat ik het aantal kiesgerechtigden, dat wil zeggen, 18 jaar en ouder, op de helft van de bevolking. Dat zijn 16 miljoen potentiele stemmers. Het aantal kiesgerechtigden dat zich liet registeren is 12 miljoen. Zeven miljoen stemmers van 16 miljoen is 44% van de bevolking, anders gezegd, een minderheid.

Naar nu bekend is geworden hebben de lokale media op de dag zelf bewust geen incidenten gerapporteerd, om kiezers er niet af te schrikken. Het Afghaanse Ministerie van Defensie kondigde aan dat er zich landelijk 690 incidenten hadden voorgedaan op de verkiezingsdag. Daarbij vielen 200 doden. Dat drie kwart daarvan Talibanstrijders betreft doet daaraan weinig af. Dat was minder dan de verkiezingen in 2009.

Ruim 3000 klachten vanwege fraude werden ingediend. De helft daarvan moest meteen van tafel worden geveegd, omdat er geen bewijs werd aangevoerd of de klacht telefonisch was ontvangen. De overgebleven klachten moeten nog worden onderzocht. Vooral het voortijdig opraken van stembiljetten in bepaalde stemlokalen roept vragen op. Via de sociale media circuleren video’s waarop individuen stapels stembiljetten invullen. Bijna alle kandidaten hebben geklaagd over fraude. In 2009 werd de geloofwaardigheid van de verkiezingen ernstig beschadigd door fraude. Ruim een miljoen stemmen werden ongeldig verklaard.

Duizend van de in totaal ruim zeven duizend stemlokalen bleven vanwege onveiligheid gesloten. De opkomst in Kabul en andere steden kon door waarnemers en journalisten worden gecontroleerd, op het platteland is het moeilijker te verifiëren. Lokale journalisten deden verslag vanuit risico-provincies waar zich wel incidenten voordeden. Vanuit Kandahar rapporteerde een verslaggever dat daar nagenoeg geen vrouwen hadden gestemd. Sommige stemlokalen gingen wel open, maar zagen een lage opkomst omdat de Taliban kiezers er van hebben weerhouden te stemmen.

Deze presidentiele verkiezingen houdt het land al een jaar in haar greep, al ruim voor de officiële inschrijving werd in de lokale media hevig gespeculeerd over mogelijke kandidaten. Anders dan voorgaande presidentverkiezingen voerden de kandidaten actief campagne in het land. Aanhangers kwamen in grote getalen naar deze bijeenkomsten. De Tv-stations organiseerden voor het eerst debatten waar gesproken werd over buitenlandse politiek en economische hervormingen. Achter de schermen werd onderhandeld: een aantal kandidaten trok zich voortijdig terug om een ander te steunen.

Dat er, vooral in de steden, groot enthousiasme was voor de verkiezingen staat vast. Een groot aantal Afghanen trotseerde lange rijen, de regen en de Taliban om hun stem uit te kunnen brengen. Dat zou een stem tegen de moslimextremisten kunnen zijn, wat de Nederlandse media concludeerden. Het kan ook worden gezien als een stem tegen de huidige president. Na maanden onderhandelen besloot Karzai op het laatste moment het bilaterale veiligheidsverdrag met de VS niet te ondertekenen. Veel Afghanen steunen het verdrag juist, ze zijn er van overtuigd dat zodra de westerse bondgenoot vertrekt, het land in chaos vervalt. Dr. Abdullah, Ashraf Ghani en Zalmay Rasoul, de drie belangrijkste presidentskandidaten hebben verklaard het verdrag te zullen tekenen.

Het is ook mogelijk dat de Afghanen de democratische principe in de armen hebben gesloten. De bevolking gaat al drie decennia gebukt onder gewapende conflicten, machtsstrijd, buitenlandse inmenging, terrorisme en lijdt onder de corruptie, de afwezigheid van wet en gezag en het ontbreken van publieke diensten. Zij wil zelf een rol spelen om de toekomst te veranderen, door te stemmen voor een nieuwe president, een ander bewind. Zij hopen op een betere toekomst, en daar hebben ze kennelijk wat voor over. Zij stemden dan ook voor verandering.  De jongste generatie, actief op sociale media, progressief, verstedelijkt en hoger opgeleid, heeft ondanks etniciteit haar hoop massaal gevestigd op  technocraat Ashraf Ghani, die in staat wordt geacht de economie uit het slop te kunnen trekken.

De nieuwe president staat voor een kolossale opgave. De Taliban is nog lang niet verslagen. Of ze ook in staat zal zijn om de macht over te nemen, is twijfelachtig. In 1996 woedde een bloedige burgeroorlog. De koranstudenten maakten daar een einde aan en voerden stapsgewijs een islamitische heilstaat in. Tegenwoordig opereert de Taliban als een terroristische organisatie, die willekeurig geweld tegen burgers niet schuwt. Ze voert een schrikbewind in de gebieden waar de overheid zwak staat. De organisatie heeft haar hoofdkwartier in Pakistan, waar ze zou worden getraind en mogelijk zelfs bewapend door de Pakistaanse inlichtingendienst, de ISI. Het islamitisch land zag met lede ogen aan dat de nieuwe regering in Afghanistan toenadering zocht tot aartsvijand India; zij heeft liever een bevriend regime aan haar westelijke grens. President Karzai verwijt de VS de oorlog in zijn land in stand te houden door de Pakistanen niet aan te pakken. Tot nu toe heeft de Taliban geweigerd te onderhandelen met de ‘marionettenregering’ in Kabul. Mochten de internationale troepen zich dit jaar uit Afghanistan terugtrekken, dan kan de nieuwe regering onderhandelingen openen met de moslimextremisten. Het ligt echter meer voor de hand dat de nieuwe president het bilaterale veiligheidsakkoord met de VS zal tekenen, om zich te verzekeren van financiële en technische assistentie voor de toekomst.

Het conflict in Afghanistan wordt ten onrechte vaak als tweedimensionaal gezien. Andere partijen waar de nieuwe regering mee tot een overeenkomst moet komen, zijn de jihadi groeperingen. Zij  volgen niet de lijn van de Taliban. Een van deze partijen stelde een kandidaat voor de verkiezingen. De sjiitische etnische minderheid, de Hazara, bewapende zich ter voorbereiding op een eventuele overeenkomst met de Taliban. Zij leden het meest onder het extremistische regime.  Behalve Zalmai Rasoul, destijds secretaris voor de afgezette koning Zahir Shah in Italië, en academicus Ashraf Ghani, hebben alle kandidaten hun wortels in het verzet tegen de Russische overheersing. Die facties bevochten elkaar om de macht na het vertrek van de bezetters. Door een algemene amnestie voor oorlogsmisdaden, werden conflicten uit het verleden onder het tapijt geschoven, niet opgelost. Nu de verkiezingen de status quo verstoren zullen, de partijen een nieuw equilibrium moeten bereiken. Een van de grote talenten van Karzai was het op een lijn brengen van de verschillende politieke facties en etnische groeperingen. Onderlinge machtsstrijd binnen de huidige elite kan de vrede ernstig in gevaar brengen. Sluimerende etnische wrijvingen kunnen aan de oppervlakte komen drijven.

De influx van miljarden aan ontwikkelingsgelden creëerde een overheid die voor de komende tien jaar grotendeels afhankelijk zal zijn van buitenlandse steun. Voor het onderhouden van de nationale veiligheidstroepen is Afghanistan volledig afhankelijk van buitenlands geld. Publieke diensten, elektriciteitsvoorziening, gezondheidszorg en onderwijs, worden gesubsidieerd door donoren. Door corruptie, smokkel en belastingontduiking loopt de overheid jaarlijks miljoenen aan inkomsten mis. Zij rekende op inkomsten uit mijnen, bijvoorbeeld de kopermijn in Logar waarvan de concessie werd verkocht aan een Chinees conglomeraat. Met de verslechtering van de veiligheidssituatie en de ineenzakken van de koperprijs op de wereldmarkt, maakt zij geen haast met de beloofde investeringen. Al op korte termijn zou een begrotingstekort ontstaan, zo rapporteerde de Washington Post onlangs, waardoor de overheid  de salarissen van de ambtenaars niet meer kan betalen. Opportunistische korte-termijn investeringen, tijdelijke ontwikkelingsprojecten en illegale handel pompte de economie kunstmatig op. De luchtbel spatte in 2013 uit elkaar. De werkeloosheid bedraagt 40%. De Amerikaanse senaat heeft het budget voor Afghanistan voor dit jaar gehalveerd. Vertrekken meer donorgelden, dan kost dat honderdduizenden banen.

Of de nieuwe president de macht van de huidige politieke elite zal willen en kunnen verbreken is nog maar de vraag. Karzai heeft een huis laten bouwen vlakbij de Argh, het presidentiele paleis, waar hij gaat wonen. Dr. Abdullah heeft gezegd, dat wanneer hij president wordt, hij Karzai een belangrijke rol in de nieuwe regering zal toebedelen. Provinciale gouverneurs, ministers, ambassadeurs en ambtenaren op sleutelposten binnen de overheid hebben hun functie te danken aan Karzai. Velen misbruikten hun positie om zich te verrijken. Mocht de nieuwe president een anti-corruptie beleid willen voeren, dan zal hij deze instanties – niet in de laatste plaats, het kantoor van de openbare aanklager – schoon moeten vegen. Dat kost politieke goodwill. Analisten voorspellen, dat de verkiezingen uiteindelijk weer door akkoordjes in de achterkamertjes zullen worden beslist. Een wisseling van de macht voor een nieuwe generatie, die het land niet meer op basis van etnische loyaliteiten, maar op basis van een meritocratie zal willen leiden, heeft niet plaatsgevonden. Het valt te betwijfelen of het Afghaanse volk de hoop op verandering in vervulling zal zien gaan.

Afghanistan komt naar Washington

In november reisde ik naar Washington DC voor een conferentie van de Afghan-American Chamber of Commerce. Afghaanse en Amerikaanse zakenmensen, vertegenwoordigers van diverse kamers van koophandel, de Afghaanse Ambassade en Amerikaanse donoren ontmoetten elkaar in het kloppend hart van de Amerikaanse politiek, daar waar de zo belangrijke beslissingen over Afghanistan werden genomen. Een klant had mij uitgenodigd voor de conferentie. Hij wilde dat ik samen met hem een gesprek voerde met een Amerikaanse financiële instelling, de OPIC[1], over een lening voor het opzetten van een fabriek.

Nog tollend van de jetlag na de lange reis via Dubai en Amsterdam wandelde ik binnen tijdens de receptie in het vijfsterren Marriott Hotel. Meteen liep ik de commercieel attaché van de Afghaanse ambassade in Washington tegen het lijf, een jonge, hoogopgeleide en getalenteerde Afghaan die ik al lang kende. Voor de gelegenheid droeg ik een mantelpak, iets wat ik in Kabul nooit zou doen. Omdat ik me er, na al die jaren in Afghanistan, enigszins ongemakkelijk in voelde, had ik er lange laarzen bij aangetrokken, zodat niemand mijn benen kon zien. Ik liet de hoofddoek af. De receptiegangers waren gekleed in een zwart, grijs of donkerblauw maatkostuum, niet in militair uniforms of shalwar kameezes. Zo op het oog een doorsnee zakenconferentie. Er waren veel meer Amerikaanse deelnemers dan Afghanen. Dit soort bijeenkomsten werd, vanwege de veiligheid, niet in Afghanistan zelf gehouden. De meeste westerse aanwezigen kwamen daar waarschijnlijk nooit.

De volgende dag begon de conferentie in een van zalen van het Ronald Reagan Conference Center, waar US AID is gevestigd, op een steenworp afstand van de kantoren van de Wereld Bank, het IMF en de ADB. De een na de andere keynote speaker roemde de vooruitgang die in Afghanistan op economisch gebied geboekt was: een nieuwe landelijke ringweg, een mobiel telefonienetwerk, 24 uur per dag elektriciteit in de grote steden, meer dan 200 bedrijven op een nieuw industrieterrein in Kabul.

Dr. Shahrokh Behzadi van Etisalat Telecombedrijf uit de Verenigde Arabische Emiraten pochte over het succes van zijn bedrijf dat 300 miljoen US$ in infrastructuur had geïnvesteerd. ‘We zien onze winsten jaarlijks verdubbelen.’ Mobiele telefonie is een van de grote succesverhalen: in het land waar nooit een uitgebreid vast telefonienetwerk bestond, maakten toen bijna 18 miljoen mensen gebruik van een mobieltje. Satelliettorens brachten het bereik van het netwerk tot aan de meest verafgelegen locaties.

Vooral in de logistieke sector was de vooruitgang enorm. In 2001 had Afghanistan nog geen vliegtuig; het land had nu drie luchtvaartmaatschappijen en een vloot van 18 toestellen. In 2013 zouden er vier internationale luchthavens zijn. Alle zevenentwintig binnenlandse luchthavens worden gerenoveerd. De Zuid-Afrikaan Michael Timcke, directeur Business Development van de Afghaanse luchtvaartmaatschappij Kam Group, zag 2014 als een kans om te groeien: ‘Ons bedrijf is niet afhankelijk van de oorlogseconomie. Wij vervoeren burgers en zakelijk cargo.’ Een van de uitdagingen waar zijn bedrijf voor stond was ‘stroperij’ door buitenlandse maatschappijen, die de kansen op de Afghaanse markt roken.

Ik schoof ongeduldig heen en weer op mijn stoel bij het aanhoren van al die succesverhalen. Bij een van de organisaties die opschepte over de scholen die zij had gebouwd, kon ik mijn mond niet houden. Ik zei tegen een Afghaanse vrouw die naast me zat: ‘Ze zouden er duizend bouwen en het werden er tweehonderd.’ Een Amerikaanse journalist had dit eens gerapporteerd in een vooraanstaande krant. Zij knikte instemmend.

Ook Ishan Farid Khwaja, eigenaar van de Afghaanse I-Group of Companies, de exclusieve distributeur voor Ford Motor Company in Afghanistan, zag mogelijkheden: ‘Door het verbod op het rijden met tweedehands auto’s met bouwjaar vóór 2001 is er veel vraag naar nieuw auto’s. Er is ook behoefte aan onderhouds- en reparatiediensten en aan onderdelen.’ Hij verwachtte dat  de verkoop van auto’s in de komende jaren stabiel zou blijven of zelfs toe zou nemen, met een order van 12,000 voertuigen voor de ANA en ANP in de planning.

Hij sneed wel een heikel punt aan. Zijn bedrijf en vele andere werden geplaagd door vertragingen, tijdrovende willekeurige douane-inspecties en onvoorziene extra kosten voor het afladen van containers in Pakistan. Het aan pesterij grenzend Pakistaanse verbod op het transport van reserveonderdelen voor voertuigen was fnuikend voor zijn handel. Zonder zeehaven was Afghanistan afhankelijk van buurland Pakistan. De belangrijkste aanvoerroute was via de overslaghaven van Karachi, waar grote zeecontainers werden gelost voor transport over land naar Kabul. Ook de NAVO had daar last van. Als er wrijvingen waren met de VS dan sloot Pakistan de route af, waardoor militaire bevoorrading door de lucht moest gebeuren wat enorm kostbaar was. Dat had de NAVO aangezet tot de ontwikkeling van de noordelijke transportroute, van Turkije via Azerbaijan en Turkmenistan naar Afghanistan. Met de aanleg van een 75 km lange spoorweg van Hayratan, het overslagstation aan de grens met Uzbekistan, naar de cargoterminal van de luchthaven in Mazar-e Sharif, was Centraal-Azië voor Afghanistan ontsloten.

Robert Dail, president van de Supreme Group USA, een belangrijke leverancier van het Amerikaanse leger, zei: ’Had je me het tien jaar gevraagd, dan zou ik gezegd hebben dat zakelijke kansen in Afghanistan gering en riskant waren. Nu niet meer. De huidige infrastructuur is enabling.’ Hij zag het land uitgroeien tot een regionale transit hub.

Dat strookte met de visie van de Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, Hilary Clinton, voor Afghanistan. Zij presenteerde eerder dat jaar het Nieuwe Zijderoute Initiatief, waardoor in Centraal- en Zuid-Azië gebieden verbonden door een netwerk van bruggen, spoorwegen, snelwegen en pijpleidingen, economische activiteiten en handel explosief zou groeien. Dat zou de regionale stabiliteit ten goede komen. Ik kon me zo voorstellen dat als je op de landkaart kijkt, de mogelijkheden onbegrensd leken. Maar al deze plannen stonden zo ver af van de realiteit in Afghanistan zoals ik die kende dat het op luchtkastelen leken.

Op de conferentie vertelde Eric Postel van het Economic Growth and Trade Bureau van US AID dat de VS in 2012 meer geld dan de voorgaande jaren in Afghanistan zou besteden, om de lopende projecten sneller te kunnen afronden. Ook zou US AID voor dat jaar meer geld dan ooit uitrekken voor infrastructuurprojecten. Tot dan toe hadden al die geldstromen nog niet geleid tot veel verbetering; hoe konden ze dan zo zeker zijn dat nog meer geld dat wel zou doen? Of was dat nu precies wat ze dachten? Ik kwam er niet achter. In deze hal was weinig ruimte voor twijfel. Over mislukte projecten werd geen woord gerept.

Vertegenwoordigers van de grote Afghaanse bouwbedrijven wilden weten of ook zij van deze kansen konden profiteren; hun sector werd gedomineerd door internationale firma’s. Een belemmering voor lokale bedrijven waren de zogenaamde performance bonds. De Amerikaanse federale wetgeving vereist een garantie voor de financiële draagkracht van de uitvoerder van een bouwproject. Na de val van de Kabul Bank was er geen bank in Afghanistan die deze voor hun klanten af kon geven. Ook voldeden lokale bouwbedrijven niet aan de internationaal in de bouw geldende standaarden. ‘

Ze moeten werken aan strategische planning, cash flow management, concentreren op kerncompetenties, verbeteren van het communiceren van slecht nieuws – vertragingen – en het respecteren van deadlines,’ somde Daniel McFerrin bevoogdend op. Hij was directeur van het K-Spam Programma van ECC International, een bedrijf dat grootschalige constructieprojecten voor het Amerikaanse leger uitvoerde.

Postel waarschuwde voor een drastische teruggang in de geldstroom in 2013. Vanaf 2014 zou de VS een veel kleinere rol gaan spelen in de wederopbouw.

Na afloop van de conferentie praatte ik met Don Ritter, de voorzitter van de Afghan-American Chamber of Commerce. De voormalig senator was een van de loyale supporters van de Afghaanse mujahedeen in het Amerikaanse congres geweest. De laatste tien jaar investeerde hij in een aantal ondernemingen in Afghanistan en promootte de vrijemarkteconomie als initiatiefnemer van de handelsorganisatie. Ik vertelde hem dat ik de situatie in Afghanistan, in het licht van de terugtrekking van de westerse troepen, wat al te rooskleurig vond voorgesteld. Hij gaf toe: ‘Ik heb de sprekers geïnstrueerd om met een positief beeld te schetsen. Anders zou de transitie een domper op de hele conferentie hebben gezet.’



[1] Overseas Private Investment Corporation.