Tien vragen over de vredesonderhandelingen met de Taliban (Dutch)

Dit artikel werd gepubliceerd door The PostOnline op 10 juli 2015

Eergisteren kwam het nieuws naar buiten dat de Afghaanse regering voor het eerst direct gesprekken heeft gevoerd met afgevaardigden van de Taliban in Islamabad, in het bijzijn van westerse en Chinese waarnemers. Tien vragen over de vredesonderhandelingen.

1. De Taliban, wie zijn dat ook al weer?
Tijdens de oorlog tegen de Russen waren veel Afghaanse vluchtelingen terecht gekomen in tentenkampen in Pakistan. Door de lange duur van de conflicten in hun land groeide daar een hele generatie buiten het vaderland op. Dat was waar de Taliban-beweging, koranstudenten aan religieuze madrassa’s, ontstond. Ze grepen de macht in Afghanistan om een einde te maken aan een gruwelijke burgeroorlog. De bevolking was aanvankelijk opgelucht; ze hoefden niet meer bang te zijn voor plunderingen en verkrachtingen. De opgetogen stemming sloeg om toen de Taliban de Sharia oplegden om een Islamitische heilstaat te creëren. Ze verboden muziekinstrumenten, videocassettes, Tv’s, voetbal, vliegeren, make-up, nagellak. Vooral tegen vrouwen voerden ze een wreed beleid. De religieuze politie handhaafde de orde. Het land werd bijna volledig van de buitenwereld afgesloten. Alleen Pakistan, de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi Arabië erkenden het regime.

2. Wat is de oorzaak van het conflict?
Onder de Taliban werd Afghanistan een broeinest van terrorisme. Osama Bin Laden en zijn organisatie Al-Qaeda konden zich er vestigen. Na de aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon in september 2001 weigerden de Taliban de terroristenleider uit te leveren aan de VS. ‘Ben je niet met ons dan ben je tegen ons,’ zei president George W. Bush. Hij bracht een grootschalige internationale troepenmacht op de been. Na een week van hevige bombardementen op Kabul in oktober 2001 vluchtten de Taliban en haar beschermelingen naar het grensgebied met Pakistan. In de VS worden de Taliban en Al-Qaeda verwarrend vaak onder één noemer geschaard. Osama Bin Laden zag de VS als aanstichter van de verdrukking van de Islam. El-Qaeda was verantwoordelijk voor de aanslagen op Amerikaans doelwitten. De Taliban willen de macht in Afghanistan.

3. Waarom kon dit niet eerder?
Na de val van de Taliban in 2001 werden ze niet betrokken bij de vredesonderhandelingen in Bonn. Dat was door 9/11 een ‘no-go’ voor de Amerikanen. De door hen geleide invasiemacht dacht de Al-Qaeda en de Taliban definitief te hebben verslagen. De leiders van deze organisaties, Osama Bin Laden en Moellah Omar, wisten te ontsnappen en sloegen kamp op in de Federally Administered Tribal Area (FATA) in Pakistan, waar ze zich hergroepeerden en –bewapenden. De Taliban namen hun toevlucht tot guerrillatactiek met zelfmoordaanslagen tegen de buitenlandse ‘bezetters’ en de regering in Afghanistan. Toen de Taliban later gevraagd werden aan de onderhandelingstafel plaats te nemen hadden ze hun positie zo verstevigd dat ze weinig meer genegen waren tot concessies. Zij wilden niet onderhandelen met de Afghaanse regering die zij zagen als ‘marionetten’ van de VS. Voormalig president Hamid Karzai probeerde om het vredesproces op gang te brengen, maar slaagde er niet. Af en toe vonden er op lager niveau toch gesprekken plaats, die tot niets leiden omdat de opstandelingen vast hielden aan de eis pas te willen onderhandelen als alle buitenlanders het land uit waren.

4. Hoe zijn de gesprekken dan nu tot stand gekomen?
Pakistan zou een bondgenoot in de oorlog tegen terreur moeten zijn, maar het lijkt er op dat conservatieve krachten binnen het Pakistaanse leger en de veiligheidsdienst bleken dubbelspel spelen. Zij bieden niet alleen onderdak aan extremistische en terroristische groeperingen, maar zijn mogelijk zelfs betrokken bij training en bewapening. De nieuwe Afghaanse eenheidsregering onder leiding van President Ashraf Ghani heeft de deur weten te zetten voor vredesbesprekingen met de Taliban door Pakistan te vragen te bemiddelen. Het buurland heeft in de afgelopen maanden een offensief uitgevoerd tegen de opstandelingen die in hun federale gebieden huizen. Mogelijk voelt de Taliban zich ook in hun bestaan bedreigd door IS, die vorig jaar opdook in Afghanistan en zich tegen hen heeft gekeerd.

5. Wat doet China er ineens bij?
China heeft zich afgelopen jaar ontpopt tot een belangrijke strategische partner van Afghanistan, om het daar economisch belangen bij heeft. Bovendien ziet zij niet graag dat binnenlandse moslimterroristen een veilige haven in Afghanistan krijgen, en vandaar aanslagen in de Xinjiang Provincie kunnen uitvoeren. De grootmacht is een belangrijke investeerder in Pakistan en kon voor zorgen dat dit land mee zou werken aan een oplossing voor het conflict in Afghanistan. Een van de eerste gesprekken met Taliban-afgevaardigden vond plaats in China.

6. En de strijd tegen vrouwen dan?
Toen er voor het eerst sprake was van gesprekken met de Taliban vroegen vrouwenorganisaties in Afghanistan om een rol in het proces. Die kregen ze niet. Hun angst is dat de vrouwenrechten worden opgeofferd voor de vrede. Afghanistan is een conservatief, traditioneel en diep religieus land. Opvattingen over de traditionele rol van vrouwen zijn diepgeworteld en hardnekkig, al is er in de steden een moderne en kosmopolitische middenklasse. Het Afghaanse parlement stemde deze week tegen toen Ashraf Ghani een vrouwelijke kandidaat voor het oppergerecht voorstelde. Ook bij deze gesprekken zat er geen vrouw aan tafel. Aan de voorbereidingen op dit vredesberaad die in Noorwegen plaatsvonden nam wel een vrouw deel, opmerkelijk omdat veel Taliban niet met vrouwen willen praten.

7. Staat iedereen hier achter?
De Taliban heeft zich weinig populair gemaakt doordat veel burgers getroffen werden door hun aanslagen. Veel Afghanen zijn er van overtuigd dat de moslimfundamentalisten geen vrede willen en dat het daarom geen zin heeft om met ze te onderhandelen. Dat komt voort uit een diep wantrouwen tegenover buurland Pakistan en de overtuiging dat zij de Taliban aansturen, en daarmee effectief de aanstichters zijn van het conflict in Afghanistan. De Afghaanse inlichtingdienst beschuldigde haar Pakistaanse tegenhanger onlangs van betrokkenheid bij de grootschalige aanslag op het parlementsgebouw in Kabul. Wat enorme verontwaardiging en woede veroorzaakte is dat Ashraf Ghani verregaande politieke concessies heeft gedaan om Pakistan zo ver te krijgen mee te werken aan deze onderhandelingen. Men verwacht dat het buurland zich niet aan gemaakte afspraken zal houden.

8. Wat was het doel van dit gesprek?
Ondanks het voortgaand vredesproces is er geen sprake van een staakt-het-vuren. De moslimextremisten zetten een grootschalig lenteoffensief in met bijna dagelijks aanvallen op openbare gelegenheden in Kabul en politieposten en legerbases in het hele land. Bij de gewelddadigheden vielen onder de Afghaanse veiligheidstroepen in de eerste 15 weken van het jaar 330 slachtoffers per week. Het aantal doden en gewonden onder de burgerbevolking in de eerste drie maanden van dit jaar bedroeg 50% meer dan vorig jaar. Verschillende districten vielen in de handen van de Taliban, om daarna weer door de Afghaanse veiligheidstroepen te worden ingenomen. Het doel van de Afghaanse regering is een einde maken aan alle gewelddadigheden. Dat is waar de Afghaanse bevolking naar snakt. Met de val van de Taliban leek er een einde gekomen aan drie decennia van oorlogen in Afghanistan. Niets bleek minder waar. De Afghaanse bevolking leed in de afgelopen veertien jaar nog steeds onder oorlogsgeweld.

9. Heeft het kans van slagen?
Een complicerende factor bij de vredesonderhandelingen is dat er eigenlijk niet zoiets is als ‘de Taliban’. Er zijn meerdere groeperingen met een vergelijkbare ideologie die losjes met elkaar zijn geassocieerd maar verschillende doelstellingen nastreven. Zo is er een onderscheid tussen de Afghaanse Taliban en de Pakistaanse Taliban. Andere partijen zijn het Haqqani netwerk en de Hezb-i Islami groepering van mujahedeen Gulbuddin Hekmatyar. De laatste heeft zich loyaal verklaard aan IS in de strijd tegen de Taliban. Voetsoldaten zijn vooral huurlingen, die voor geld vechten, niet voor ideologie. Armoede biedt een voedingsbodem voor extremistische organisaties om nieuwe rekruten te winnen. Het feit dat de partijen met elkaar om de tafel zaten is op zich reden tot optimisme, maar om dit een grote doorbraak te noemen zou te ver voeren. In een brief naar de New York Times schreef de woordvoerder van het Taliban-kantoor in Qatar dat ‘de afgevaardigden in Islamabad niet geautoriseerd waren om onderhandelingen te voeren.’ Ze zouden zijn gedwongen door de Pakistani om deel te nemen. Zolang niet alle strijdende partijen om de tafel zitten blijft vrede ongrijpbaar.

10. Wat heeft dit met ons te maken?
Nederland heeft grote offers gebracht voor militaire missie in Afghanistan. Die heeft 26 landgenoten het leven gekost. Het is voor Nederlandse militairen misschien een hard gelag, dat de Afghaanse overheid nu onderhandelt met de vijand. Maar de harde waarheid is dat de westerse troepen de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het land in 2014 overdroegen aan het Afghaanse Nationale Leger zonder de vijand daadwerkelijk te hebben verslagen. Als de Afghaanse overheid er niet in slaagt om een vredesakkoord te sluiten dan is de kans erg groot dat Nederland weer gevraagd wordt om een militaire bijdrage. In de VS wordt al voorzichtig gesproken over een uitbreiding van de missie in Afghanistan, om te voorkomen dat islamitische extremisten daar de macht grijpen

Afghanistan heeft economische ontwikkeling nodig (Dutch)

Traffic jam

Vorige week kwam het bericht in de pers dat politieposten in Uruzgan waren ingenomen door de Taliban. Het veroorzaakte grote ophef in Nederland, vooral onder militairen die zich afvroegen of hun inspanningen en opofferingen tevergeefs waren geweest. Hier en daar werd de suggestie gewekt dat we er langer waren hadden moeten blijven. De westerse troepenmacht is er in veertien jaar niet in geslaagd om de Taliban te verslaan. De belangrijkste reden dat de missie in deze opzet faalde, was dat zij de Afghaanse bevolking geen duurzaam economisch toekomstperspectief kon bieden.

Het aan Uruzgan grenzende Helmand is exemplarisch voor wat er mis ging. De zuidelijke provincie, thuisland van de Taliban, was het toneel van de zwaarste gevechten in de oorlog. Van wederopbouw was weinig terechtgekomen. Er was nauwelijks industriële bedrijvigheid; werkeloosheid was hoog. Poppy tierde welig. Tegen het einde van 2010 verklaarde het Britse leger de provincie veilig. In Lashkar Gah, de provinciale hoofdstad, sprak ik begin 2011 met Afghaanse zakenmensen over economische projecten. Zij wilden best investeren, maar er was geen land beschikbaar. Ze verwachtten geen hulp van de regering in Kabul en beschouwden de lokale bestuurders als corrupt. Een van de ondernemers legde het verband met de grote aanwas van de moslimfundamentalisten in de provincie. ‘Hadden we een graansilo of een katoenfabriek, dan zouden jonge mannen zich niet aansluiten bij de Taliban.’ Britse ontwikkelingswerkers, verbonden aan de militaire basis, zeiden toe een state-of-the-art industrieterrein in de stad aan te leggen om werkgelegenheid te creëren. Zij vertrokken met de militairen in 2014 en droegen de verantwoordelijkheid voor het project over aan de Afghaanse overheid die daar de capaciteit noch de middelen voor had. Het industrieterrein kwam er niet.

Ontwikkelingssamenwerking in Afghanistan was vaak ondergeschikt aan politieke en militaire motieven. Economische projecten werden daardoor gekenmerkt door overambitieuze doelstellingen, niet afgestemd op de lokale behoeften of omstandigheden. Westerse organisaties namen als een parallelle overheid de primaire dienstverlening voor hun rekening. De regering ontwikkelde geen structureel economisch beleid. Corruptie roomde ontwikkelingsbudgetten af.  De economie die door de aanwezigheid van hulporganisaties en militaire contracten was opgebloeid stortte in toen de westerse soldaten zich begonnen terug te trekken in 2013.  Na veertien jaar buitenlandse interventie is Afghanistan nog steeds een van de armste landen ter wereld. Werkeloosheid is 40%. Binnenlandse productie is gering; import tien keer meer dan de export. Ongelijkheid is toegenomen. Een recent onderzoek van The Asia Foundation toonde aan dat Afghanen de slechte economie en de daaruit volgende werkeloosheid als het grootste probleem in hun land zien.

Om het vertrouwen van potentiele investeerders, zowel binnenlandse als buitenlandse, te herstellen zijn politieke stabiliteit en veiligheid van cruciaal belang. Voortgang in de vredesonderhandelingen zou daar een belangrijk fundament voor leggen. Wat de economie weer op gang zou helpen is het stimuleren van ondernemerschap, onder meer door het beschikbaar stellen van land en financiering, in het bijzonder landbouwkrediet. Dat vraagt niet alleen een langdurige betrokkenheid van de internationale gemeenschap, die grote infrastructurele projecten kunnen financieren, maar ook om een partnerschap met de Afghaanse overheid die de voortrekkersrol op zich moet nemen in het verbeteren van het ondernemersklimaat. Het vraagt om kleinschalige ontwikkelingsprojecten op lokaal niveau, geleid door Afghanen, op basis van lokale prioriteiten en behoeften om obstakels die mensen toegang tot markten ontzegt uit de weg te ruimen.  Het vraagt om het trainen van ondernemers en begeleiden van start-ups. Voor toekomstige militaire missies zouden we ons af moeten vragen of ontwikkeling dient om de militaire missie te doen slagen, of andersom.

 

Dit opiniestuk werd gepubliceerd in Trouw op 10 juni 2015, onder de titel ‘Een bloeiende economie kan de Taliban verslaan’.

Hoe succesvol waren de verkiezingen in Afghanistan nu echt?

 

DSC_0123sm

De Nederlandse media vonden de Afghaanse presidentsverkiezingen van 5 april een succes. Nu kan het land wel wat goed nieuws gebruiken, maar was dat ook zo? En wat betekent dat voor de toekomst van Afghanistan?

Zeven miljoen kiezers ging naar de stembus. Met een bevolking waar 70% onder de 25 jaar oud is, schat ik het aantal kiesgerechtigden, dat wil zeggen, 18 jaar en ouder, op de helft van de bevolking. Dat zijn 16 miljoen potentiele stemmers. Het aantal kiesgerechtigden dat zich liet registeren is 12 miljoen. Zeven miljoen stemmers van 16 miljoen is 44% van de bevolking, anders gezegd, een minderheid.

Naar nu bekend is geworden hebben de lokale media op de dag zelf bewust geen incidenten gerapporteerd, om kiezers er niet af te schrikken. Het Afghaanse Ministerie van Defensie kondigde aan dat er zich landelijk 690 incidenten hadden voorgedaan op de verkiezingsdag. Daarbij vielen 200 doden. Dat drie kwart daarvan Talibanstrijders betreft doet daaraan weinig af. Dat was minder dan de verkiezingen in 2009.

Ruim 3000 klachten vanwege fraude werden ingediend. De helft daarvan moest meteen van tafel worden geveegd, omdat er geen bewijs werd aangevoerd of de klacht telefonisch was ontvangen. De overgebleven klachten moeten nog worden onderzocht. Vooral het voortijdig opraken van stembiljetten in bepaalde stemlokalen roept vragen op. Via de sociale media circuleren video’s waarop individuen stapels stembiljetten invullen. Bijna alle kandidaten hebben geklaagd over fraude. In 2009 werd de geloofwaardigheid van de verkiezingen ernstig beschadigd door fraude. Ruim een miljoen stemmen werden ongeldig verklaard.

Duizend van de in totaal ruim zeven duizend stemlokalen bleven vanwege onveiligheid gesloten. De opkomst in Kabul en andere steden kon door waarnemers en journalisten worden gecontroleerd, op het platteland is het moeilijker te verifiëren. Lokale journalisten deden verslag vanuit risico-provincies waar zich wel incidenten voordeden. Vanuit Kandahar rapporteerde een verslaggever dat daar nagenoeg geen vrouwen hadden gestemd. Sommige stemlokalen gingen wel open, maar zagen een lage opkomst omdat de Taliban kiezers er van hebben weerhouden te stemmen.

Deze presidentiele verkiezingen houdt het land al een jaar in haar greep, al ruim voor de officiële inschrijving werd in de lokale media hevig gespeculeerd over mogelijke kandidaten. Anders dan voorgaande presidentverkiezingen voerden de kandidaten actief campagne in het land. Aanhangers kwamen in grote getalen naar deze bijeenkomsten. De Tv-stations organiseerden voor het eerst debatten waar gesproken werd over buitenlandse politiek en economische hervormingen. Achter de schermen werd onderhandeld: een aantal kandidaten trok zich voortijdig terug om een ander te steunen.

Dat er, vooral in de steden, groot enthousiasme was voor de verkiezingen staat vast. Een groot aantal Afghanen trotseerde lange rijen, de regen en de Taliban om hun stem uit te kunnen brengen. Dat zou een stem tegen de moslimextremisten kunnen zijn, wat de Nederlandse media concludeerden. Het kan ook worden gezien als een stem tegen de huidige president. Na maanden onderhandelen besloot Karzai op het laatste moment het bilaterale veiligheidsverdrag met de VS niet te ondertekenen. Veel Afghanen steunen het verdrag juist, ze zijn er van overtuigd dat zodra de westerse bondgenoot vertrekt, het land in chaos vervalt. Dr. Abdullah, Ashraf Ghani en Zalmay Rasoul, de drie belangrijkste presidentskandidaten hebben verklaard het verdrag te zullen tekenen.

Het is ook mogelijk dat de Afghanen de democratische principe in de armen hebben gesloten. De bevolking gaat al drie decennia gebukt onder gewapende conflicten, machtsstrijd, buitenlandse inmenging, terrorisme en lijdt onder de corruptie, de afwezigheid van wet en gezag en het ontbreken van publieke diensten. Zij wil zelf een rol spelen om de toekomst te veranderen, door te stemmen voor een nieuwe president, een ander bewind. Zij hopen op een betere toekomst, en daar hebben ze kennelijk wat voor over. Zij stemden dan ook voor verandering.  De jongste generatie, actief op sociale media, progressief, verstedelijkt en hoger opgeleid, heeft ondanks etniciteit haar hoop massaal gevestigd op  technocraat Ashraf Ghani, die in staat wordt geacht de economie uit het slop te kunnen trekken.

De nieuwe president staat voor een kolossale opgave. De Taliban is nog lang niet verslagen. Of ze ook in staat zal zijn om de macht over te nemen, is twijfelachtig. In 1996 woedde een bloedige burgeroorlog. De koranstudenten maakten daar een einde aan en voerden stapsgewijs een islamitische heilstaat in. Tegenwoordig opereert de Taliban als een terroristische organisatie, die willekeurig geweld tegen burgers niet schuwt. Ze voert een schrikbewind in de gebieden waar de overheid zwak staat. De organisatie heeft haar hoofdkwartier in Pakistan, waar ze zou worden getraind en mogelijk zelfs bewapend door de Pakistaanse inlichtingendienst, de ISI. Het islamitisch land zag met lede ogen aan dat de nieuwe regering in Afghanistan toenadering zocht tot aartsvijand India; zij heeft liever een bevriend regime aan haar westelijke grens. President Karzai verwijt de VS de oorlog in zijn land in stand te houden door de Pakistanen niet aan te pakken. Tot nu toe heeft de Taliban geweigerd te onderhandelen met de ‘marionettenregering’ in Kabul. Mochten de internationale troepen zich dit jaar uit Afghanistan terugtrekken, dan kan de nieuwe regering onderhandelingen openen met de moslimextremisten. Het ligt echter meer voor de hand dat de nieuwe president het bilaterale veiligheidsakkoord met de VS zal tekenen, om zich te verzekeren van financiële en technische assistentie voor de toekomst.

Het conflict in Afghanistan wordt ten onrechte vaak als tweedimensionaal gezien. Andere partijen waar de nieuwe regering mee tot een overeenkomst moet komen, zijn de jihadi groeperingen. Zij  volgen niet de lijn van de Taliban. Een van deze partijen stelde een kandidaat voor de verkiezingen. De sjiitische etnische minderheid, de Hazara, bewapende zich ter voorbereiding op een eventuele overeenkomst met de Taliban. Zij leden het meest onder het extremistische regime.  Behalve Zalmai Rasoul, destijds secretaris voor de afgezette koning Zahir Shah in Italië, en academicus Ashraf Ghani, hebben alle kandidaten hun wortels in het verzet tegen de Russische overheersing. Die facties bevochten elkaar om de macht na het vertrek van de bezetters. Door een algemene amnestie voor oorlogsmisdaden, werden conflicten uit het verleden onder het tapijt geschoven, niet opgelost. Nu de verkiezingen de status quo verstoren zullen, de partijen een nieuw equilibrium moeten bereiken. Een van de grote talenten van Karzai was het op een lijn brengen van de verschillende politieke facties en etnische groeperingen. Onderlinge machtsstrijd binnen de huidige elite kan de vrede ernstig in gevaar brengen. Sluimerende etnische wrijvingen kunnen aan de oppervlakte komen drijven.

De influx van miljarden aan ontwikkelingsgelden creëerde een overheid die voor de komende tien jaar grotendeels afhankelijk zal zijn van buitenlandse steun. Voor het onderhouden van de nationale veiligheidstroepen is Afghanistan volledig afhankelijk van buitenlands geld. Publieke diensten, elektriciteitsvoorziening, gezondheidszorg en onderwijs, worden gesubsidieerd door donoren. Door corruptie, smokkel en belastingontduiking loopt de overheid jaarlijks miljoenen aan inkomsten mis. Zij rekende op inkomsten uit mijnen, bijvoorbeeld de kopermijn in Logar waarvan de concessie werd verkocht aan een Chinees conglomeraat. Met de verslechtering van de veiligheidssituatie en de ineenzakken van de koperprijs op de wereldmarkt, maakt zij geen haast met de beloofde investeringen. Al op korte termijn zou een begrotingstekort ontstaan, zo rapporteerde de Washington Post onlangs, waardoor de overheid  de salarissen van de ambtenaars niet meer kan betalen. Opportunistische korte-termijn investeringen, tijdelijke ontwikkelingsprojecten en illegale handel pompte de economie kunstmatig op. De luchtbel spatte in 2013 uit elkaar. De werkeloosheid bedraagt 40%. De Amerikaanse senaat heeft het budget voor Afghanistan voor dit jaar gehalveerd. Vertrekken meer donorgelden, dan kost dat honderdduizenden banen.

Of de nieuwe president de macht van de huidige politieke elite zal willen en kunnen verbreken is nog maar de vraag. Karzai heeft een huis laten bouwen vlakbij de Argh, het presidentiele paleis, waar hij gaat wonen. Dr. Abdullah heeft gezegd, dat wanneer hij president wordt, hij Karzai een belangrijke rol in de nieuwe regering zal toebedelen. Provinciale gouverneurs, ministers, ambassadeurs en ambtenaren op sleutelposten binnen de overheid hebben hun functie te danken aan Karzai. Velen misbruikten hun positie om zich te verrijken. Mocht de nieuwe president een anti-corruptie beleid willen voeren, dan zal hij deze instanties – niet in de laatste plaats, het kantoor van de openbare aanklager – schoon moeten vegen. Dat kost politieke goodwill. Analisten voorspellen, dat de verkiezingen uiteindelijk weer door akkoordjes in de achterkamertjes zullen worden beslist. Een wisseling van de macht voor een nieuwe generatie, die het land niet meer op basis van etnische loyaliteiten, maar op basis van een meritocratie zal willen leiden, heeft niet plaatsgevonden. Het valt te betwijfelen of het Afghaanse volk de hoop op verandering in vervulling zal zien gaan.

Met kogelvrij vest aan naar Helmand

Om zes uur op een kille ochtend in januari meldde ik me bij een zwaarbeveiligde zone binnen de diplomatenwijk Wazir Akbar Khan. Toegang tot deze onofficiële Green Zone werd geregeld door een checkpoint met slagboom. Omdat mijn Afghaanse chauffeur met zijn lokale taxi geen vergunning had voor dit gebied, ging ik te voet verder. Bij de Britse Ambassade ontmoette ik het bewakingsteam dat me naar de militaire luchthaven zou brengen. Een goudkleurige, gepantserde 4WD stond voor de poort te wachten. Een bewaker van de ambassade, in kakikleurig fleecejack, een donkerblauw kogelvrij vest met de Britse vlag onder de hals en een kakikleurige cargobroek, overhandigde mij een kogelvrij vest en een helm. Die had ik niet eerder nodig gehad in al die zes jaar dat ik in Afghanistan woonde. Ik leende ze daarom voor deze gelegenheid van hem. We stapten in de auto.

‘Tijdens het vervoer dragen we altijd scherfvest en helm. Ik ben verantwoordelijk voor jullie veiligheid. De chauffeur en ik dragen beiden een wapen. Wanneer we worden aangevallen, moet je mijn instructies opvolgen. Verlaat het voertuig nooit zonder mijn toestemming, ook niet in een noodgeval. Binnen ben je veiliger dan daarbuiten. Mochten de chauffeur en ik beiden zijn uitgeschakeld, dan kan je contact opnemen met de controlekamer via dit apparaat. Het call sign van de auto staat hier. Hier is een EHBO-doos. Prettige reis.’

De briefing van de beveiligingsman tijdens de rit naar de luchthaven, die me op mijn gemak moest stellen, had precies het tegenovergestelde effect. Terwijl ik deze weg naar de luchthaven van Kabul al minstens vijftig keer in een gewone taxi had afgelegd, voelde ik me in dit gepantserde voertuig voor het eerst gespannen. Deze auto’s vormden een doelwit, de zilvergrijze Toyota Corolla’s waarin ik doorgaans door de stad werd gereden niet.

Mijn bedrijf ging een project uitvoeren voor de Britse ontwikkelingsorganisatie DFID in Helmand. Terwijl een Brits ingenieursbureau een industrieterrein aanlegde, zouden wij ondersteuning geven aan lokale bedrijven die daar een fabriek wilden starten. Ik was opgetogen over deze kans om iets te doen voor het bedrijfsleven in deze zuidelijke provincie, waar door de gewapende conflicten van de laatste jaren nog weinig van ontwikkeling terechtgekomen was: fabriekjes opstarten, mensen aan het werk helpen en boeren een afzetmarkt voor hun waar bieden. We kregen het omvangrijke project toegewezen op grond van onze reputatie voor het behalen van resultaat onder moeilijke omstandigheden. De Britten gaven ons veel ruimte, waardoor ik had besloten om Afghanen aan te nemen en op te leiden die na afloop van het project zelfstandig als bedrijfsadviseurs aan de slag zouden kunnen gaan. Dat bestond nog niet in Helmand. Voor de aftrap van dit project vloog ik naar Lashkar Gah, de hoofdstad van Helmand. Daar zou ik verblijven in het Britse militaire kamp bij het Provinciale Reconstructie Team (PRT). Vanwege het strenge veiligheidsprotocol van de Britse organisatie ging de reis met een diplomatiek vliegtuigje. Op KAIA boardde ik het kleine witte propellervliegtuigje met scherfvest en helm.

Direct na het opstijgen ontdeden mijn medepassagiers zich van hun beschermingsmiddelen. Ik deed ook een poging, maar het vest, bestemd voor een man, was te zwaar. Iemand schoot te hulp en tilde het van me af. Door het vliegtuigraampje zag ik een uitgestrekte vlakte, een lappendeken van goudgele vakjes, net een verfomfaaid dambord. Helmand was jarenlang het bolwerk van de Taliban geweest. Al was de beweging ontstaan in de vluchtelingenkampen in Pakistan, en namen ze haar toevlucht na 2001 ook weer tot dat land, de zuidelijke provincies van Afghanistan vormden de geboortegronden van de Taliban. Door de geringe regenval en temperaturen oplopend tot 50 graden Celsius in de zomer lenen de klimatologische omstandigheden zich bij uitstek voor papaver. De opiumteelt floreerde. Afghanistan leverde 90% van de totale hoeveelheid heroïne op de wereldmarkt; Helmand was verantwoordelijk voor de productie van zeker de helft daarvan. Door belasting te heffen op de opiumhandel konden de moslimextremisten hun comeback financieren.

In juli 2006 vond de eerste van een aantal grootschalige militaire operaties plaats om de opmars van de opstandelingen tot stilstand te brengen, Operation Mountain Thrust. In augustus van dat jaar werd de handhaving van de veiligheid overgedragen aan Groot-Brittannië. De Britten hadden, net als Nederland in Uruzgan, een opbouwmissie verwacht. Zelfs met een uitbreiding van hun troepenmacht tot 10,000 konden ze echter niet voorkomen dat de Taliban stevig voet aan de grond kreeg in het uitgestrekte woestijngebied. Een militaire influx volgde in 2009 onder de nieuw gekozen Amerikaanse president Obama: 22,000 Amerikaanse mariniers kwamen de Engelse bondgenoten versterken. Gevechten vonden plaats om districten, dorpen en gehuchten. Al leek het van weinig strategische waarde, Helmand was het toneel van de zwaarste gevechten in de bijna twaalf jaar durende oorlog, die het leven kostten aan honderden coalitiemilitairen. Nog eens honderden verloren één of beide benen door bermbommen en mijnen. Ook de Taliban leed grote verliezen. Het werd district na district uitgejaagd. Wapendepots werden opgerold. Coalitietroepen vernietigden papavervelden. Van wederopbouw was tot dan toe weinig terecht gekomen. Toen ISAF begin 2010 de situatie onder controle achtte, kon het dan eindelijk gaan beginnen. Gouverneur Ghulab Mangal werd beschouwd als een van de meest competente provinciale leiders, een tegenstander van de corrupte regering in Kabul. Onder zijn leiding zou de opiumteelt zijn gedaald en de dienstverlening aan de bevolking verbeterd. Oorspronkelijk niet uit Helmand afkomstig, wat zijn taak bemoeilijkte, overleefde hij meerdere aanslagen. De Britten liepen met hem weg en stelden ruime fondsen ter beschikking aan de bestuurder. DFID, een Britse ontwikkelingsorganisatie met ministeriële status, had nu een ambitieus plan voor de aanleg van een industrieterrein opgesteld om werkgelegenheid te scheppen in de provincie.

Niemand waarschuwde voor de abrupte daling naar Lashkar Gah. Het vliegtuig bleef zo lang mogelijk op grote hoogte om pas in de nabijheid van de eindbestemming een scherpe daling in te zetten. Mijn maag schoot in mijn keel. Ik slikte verwoed om de druk op mijn oren te verminderen en zette me schrap tegen de stoel voor me. Zelfs nadat we geland waren duurde het nog even voor de misselijkheid was weggetrokken. Voor het verlaten van het vliegtuigje volgde ik het voorbeeld van mijn medepassagiers, deed het scherfvest weer om en zette de helm op. De luchthaven bestond uit weinig meer dan een betonnen landingsbaan midden in de woestijn, aan alle kanten afgezet met een kraag prikkeldraad. Er was een klein terminalgebouw voor de vluchtleiding. De aanleg van dit vliegveld, op de plek waar eerder een Russische luchtmachtbasis was geweest, had de Amerikanen 9 miljoen US$ gekost.

De beveiliging had twee gepantserde voertuigen gestuurd om mij en twee medepassagiers op te halen. Engelse bewakers in het uniform van het bewakingsbedrijf, donkerblauwe blouse en kakikleurige cargobroek, leken op Michelinmannetjes, met het kakikleurig kogelvrijvest, een riem rondom volgepropt met reservepatronen, pistool in een holster om het bovenbeen. Ze bevalen ons kortaf in de nabijheid van de terminal te wachten. Die moest ons afschermen voor eventuele scherpschutters. Op enige afstand stonden een paar bewakers met zonnebrillen en machinegeweren in de aanslag de omgeving te scannen.

Zodra de bagage was verzameld klommen we in een goudkleurige, gepantserde terreinwagen waar we weer een briefing kregen. Het konvooi zette zich in beweging. Via de radio stonden de auto’s in verbinding met de controlekamer op de basis. De bijrijder sprak doorlopend met de controlekamer. Hij meldde verdachte bewegingen en voertuigen op de weg en vroeg om advies voor de beste route.

‘Wat is dat gat in de voorruit?’ vroeg ik.

‘Oh,’ zei de bijrijder nonchalant, ‘We zijn laatst een keer beschoten.’

‘Is dat geen gewapend glas dan?’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Een raket, geen kogel. Daar doe je niets aan.’

Zonder ook maar een keer te stoppen raasden we op hoge snelheid door het centrum van Lashkar Gah. Het lokale verkeer, kennelijk gewend aan militaire kolonnes, ontweek ons. De hoofdwegen waren voorzien van nieuw asfalt. Ik maakte wat foto’s door het raam. De bebouwing bestond voornamelijk uit traditionele Afghaanse lemen huisjes. Er was bijna niemand op straat, ook al was het rond het middaguur. Geen vrouw te zien. Ik ving een glimp op van een boerka in de achterbak van een tuktuk. Mannen gingen gekleed in shalwaar kameez en longee, niet in spijkerbroek of westers kostuum, zoals ik tegenwoordig in Kabul meer zag. Grote kleurrijke reclameborden riepen de Helmandi’s op een mobiel telefonieabonnement van Roshan of Afghan Wireless aan te schaffen. Laagbouwwinkels met open gevels verkochten graan, katoen, meel en benzine. Rijen handkarren stonden voor een overdekte markt in aanbouw, overladen met verse groente en fruit. De bewoners van Lash, zoals de stad in militair jargon werd aangeduid, voor het merendeel Pashtun, leven van de landbouw. Al geniet het officieel stadrechten, Lashkar Gah is weinig meer dan een dorp. Kabul voelde hier letterlijk en figuurlijk ver weg. Voor een moderne graanschuur lagen stapels meelzakken bedrukt met ‘US AID. From the American People.’

De lay-out, met brede lanen op een rechthoekig raster deed modern aan, anders dan de organische structuur van de meeste Afghaanse steden. Westerse ingenieurs waren verantwoordelijk geweest voor de stadsplanning. In de jaren zestig huisde er in Lashkar Gah een gemeenschap van Amerikaanse ingenieurs en landbouwdeskundigen in dienst van een grootschalig ontwikkelingsproject, het Helmand Vallei Project. Afghanistan had Amerikaanse dollars verdiend met de export van schapenhuiden. Koning Zahir Shah besloot dat geld te investeren in een dam in de grootste rivier van Afghanistan, de Helmand, om zijn land te moderniseren en een economische impuls te geven. Hij contracteerde Morrison-Knudsen, het Amerikaanse ingenieursbureau dat de Hooverdam had gebouwd, om deze visie te realiseren. Er werd een netwerk van irrigatiekanalen aangelegd om de droge landbouwgronden te bevloeien. In ‘Klein Amerika’, zoals de stad toen werd genoemd, woonden de Amerikaanse families in beschutte enclaves, met scholen en zwembaden, moderne oases, een replica van het leven in suburbia in de VS.

Ik verbleef bij het PRT binnen de Britse militaire basis Lashkar Gah, in een van de vele wooncontainers die het uitgestrekte legerkamp telde. Dit hok, met airconditioning, Wifi, warme douche en satelliet-TV, was beslist comfortabeler dan mijn eigen huis in Kabul.

US AID was de grootste geldschieter van ontwikkelingsprojecten in Helmand. Ze trokken vooral veel geld uit voor het verlenen van ondersteuning aan de landbouw om boeren in de provincie over te halen om van papaver over te gaan op legale gewassen. Haar contractors waren gehuisvest in hetzelfde soort zwaarbewaakte compounds als ik in Kabul en andere steden had bezocht. Ze konden daarom veel Afghanen in dienst nemen. Hoe gevaarlijk werken aan de frontlinie kon zijn voor hulpverleners bleek in 2005. Bij een directe aanval op het kantoor van een van deze hulporganisaties kwam een aantal lokale werknemers om het leven. Nog eens vijf medewerkers van het project werden vermoord door de Taliban tijdens het inspecteren van irrigatiekanalen. Enkele dagen later werd een groep familieleden op weg naar Kabul voor de begrafenis ook het slachtoffer van de moslimextremisten. Het project staakte toen om veiligheidsredenen de werkzaamheden.

US AIDs Britse tegenhanger DFID, een ontwikkelingsorganisatie met ministeriële status, stationeerde haar ontwikkelingswerkers en consultants uit veiligheidsoverwegingen op het PRT en de andere militaire legerkampen in de provincie. In Lashkar Gah werden ze ondersteund door één Afghaanse vertaler. Ik ontmoette een van de vertegenwoordigers van DFID, die op het PRT woonde. Zijn regime was zes weken op, twee weken af. Ik vroeg hem of het niet meer zin zou hebben om meer lokaal personeel aan te nemen. Hij begreep mijn vraag verkeerd: ‘We hebben hier al minder expats in dienst dan waar ook ter wereld, omdat de kosten per jaar per expat, inclusief onderkomen in het PRT en bewaking, zo hoog zijn.’ Hij schatte dat het jaarlijks om een half miljoen per persoon zou gaan.

Zorgen voor zieken loont niet in Afghanistan

Vier jaar na het beëindigen van de oorlog in Afghanistan loopt een inwoner van Kabul meer kans om het leven te komen bij een verkeersongeval dan door oorlogsgeweld.

Afghan hospital

In een van de buitenlandse ziekenhuizen kan hij rekenen op goede verzorging. In de lokale ziekenhuizen is de kwaliteit van de zorg onder de maat en heeft het personeel zelf kopzorgen: van haar salaris kan zij niet rondkomen.

Doodgereden op straat

De zevenjarige Farida werd twee dagen geleden op straat door een auto aangereden. Ze heeft een ernstige verwonding aan het hoofd en ligt aan de beademing, maar de conditie van het meisje is inmiddels gestabiliseerd. ’Vergeet oorlogsgeweld of terrorisme. Je hebt in Kabul vandaag de dag meer kans om dood gereden te worden op straat,’ zegt de Italiaanse chirurg Gino Strada, algemeen directeur van traumacentrum Emergency. Iedere dag laten vijf kinderen het leven bij een verkeersongeval in Kabul, waar amper vier jaar geleden paard en wagen nog het straatbeeld bepaalden. Patiënten komen uit alle delen van het land per taxi of met eigen vervoer naar het Italiaanse traumacentrum, waar medische hulp gratis is. Een internationale staf van chirurgen staat vierentwintig uur per dag paraat om noodzakelijke operaties, tot reconstructieve chirurgie aan toe, uit te voeren. Er arriveren dagelijks twee à drie patiënten met steek- of kogelwonden, slachtoffers van gewone criminaliteit. ‘Afghanistan is nog steeds geen vredig land.’ Strada plukt een lange zwarte haar uit het bed van een van de patientjes, een meisje van acht jaar, dat geraakt werd door een afgedwaalde kogel. ‘Kun je tegen de moeder zeggen dat ze niet bij haar dochter in bed mag klimmen,’ instrueert hij een verpleegkundige. ‘Om infecties te voorkomen.’ Strada: ‘Wij geven patiënten de zorg die we zelf graag willen hebben.’

Voor 30 Usd per maand

‘Daar ga je heen om dood te gaan,’ zegt Abdullah, mijn tolk, over het academisch ziekenhuis Ali Abad. De gebouwen verkeren in slechte staat van onderhoud, verf bladdert van de muren, licht ontbreekt op de lange gangen en de apparatuur is verouderd. Dokter Azizullah Amir, hoofd van de afdeling Interne Geneeskunde, vertelt dat er een miljoen USD besteed is aan de renovatie van het oudste hospitaal van Kabul. Buitenlandse hulporganisaties stelden de apparatuur beschikbaar. Op de afdeling Neurochirugie doen de artsen hun ronde over overvolle zalen, waar de hygiënische condities te wensen overlaten en een penetrante geur hangt. Ook de hal staat vol met bedden; een van de patiënten ligt op een matras op de grond. De meeste patienten hebben hoofdletsel opgelopen bij een verkeersongeluk. ‘Voor een CT-scan sturen we iemand naar het militair hospitaal,’ zegt Aziz desgevraagd. Medische zorg is gratis, maar medicijnen komen voor rekening van de patiënt zelf. Familieleden moeten voedsel meebrengen en de zorgtaken op zich nemen. De arts klaagt over gebrek aan motivatie, toewijding en een professionele werkhouding bij de verpleegkundigen. ‘Zij hebben zelf zorgen. Ze werken zes dagen per week, acht uur per dag, voor maar 30 USD per maand. In Kabul heeft een gezin 300 USD per maand nodig om van rond te kunnen komen.’ Gediplomeerde artsen verdienen 50 USD. ‘Dat ben ik alleen al kwijt aan vervoer naar het ziekenhuis,’ aldus de arts.

Met behulp van God

Het kinderziekenhuis Indira Ghandi heeft ruim negentig vacatures openstaan. ‘Er zijn maar weinig vrouwen die voor een salaris van 35 USD per maand bij ons willen komen werken,’ zegt Dr. Yousufzai, plaatsvervangend directeur van het ziekenhuis. De Afghaanse arts legt de vinger op de zere plek: ‘Het budget voor de gezondheidszorg is niet toereikend. De 60.000 Afghani die we per kwartaal van het Ministerie van Gezondheidszorg krijgen is niet eens voldoende om het ziekenhuis één dag in bedrijf te houden. Met behulp van donaties van ISAF en buitenlandse hulporganisaties lukt het ons om vrijwel alle medische kosten voor onze patiënten te betalen. We runnen het ziekenhuis met de hulp van God.’ Zo beloofde de Indiase president Singh tijdens een staatsbezoek aan Afghanistan het ziekenhuis een paar miljoen USD. In de laatste vier jaar is het hoofdgebouw gerenoveerd en ging de capaciteit van het ziekenhuis van 250 naar 375 bedden, maar de salarissen van het personeel bleven hetzelfde. De afdeling Ondervoeding beslaat een hele verdieping van het hoofdgebouw. Zes zalen vol baby’s, peuters en kleuters met grote ogen, holle wangen en uitgemergeld lichaampjes. De Franse organisatie Action Contre le Faim betaalt de salarissen van de verpleegkundige staf van de afdeling.

Als iemand benen wil

De Italiaan Alberto Cairo, directeur van het orthopedisch centrum van het Rode Kruis, zegt over de lokale ziekenhuizen: ‘het personeel daar is niet geïnteresseerd in de patiënt. Het verloop is hoog, artsen en verpleegkundigen verdienen bij door het verkopen van medicijnen en door geld te vragen voor het openhouden van een deur of het verschonen van een bed.’ Hij vraagt zich ook af of alle donaties wel goed terechtkomen. Het Rode Kruis opende het centrum 18 jaar geleden voor het verstrekken van prothesen aan oorlogsslachtoffers. Op zaal kijkt de twintigjarige Hassan sip. ‘Gewoon stommigheid,’ moppert zijn vader. Hij vertelt dat zijn zoon een gevonden mijn mee naar huis nam, waar deze ontplofte. Hassan verloor daarbij een been. Landelijk gezien maken mijnen iedere maand ruwweg 100 nieuwe slachtoffers. Najimuddin, hoofd van de Afdeling Fysiotherapie, verloor 18 jaar geleden beide benen toen hij op een mijn stapte. Na zijn revalidatie kon hij in het centrum aan de slag als fysiotherpeut. ‘Wij kunnen niet alle problemen in Afghanistan oplossen,’ geeft Cairo toe, ‘maar we hebben 35.000 mensen aan prothesen geholpen. Als iemand benen wil, dan kan hij ze bij ons gratis komen halen.‘ Alle medewerkers van het centrum zijn zelf gehandicapt. Met een salaris van 220 USD per maand zijn zij in vergelijking met collega’s elders in ieder geval riant betaald.