Afghanistan heeft economische ontwikkeling nodig (Dutch)

Traffic jam

Vorige week kwam het bericht in de pers dat politieposten in Uruzgan waren ingenomen door de Taliban. Het veroorzaakte grote ophef in Nederland, vooral onder militairen die zich afvroegen of hun inspanningen en opofferingen tevergeefs waren geweest. Hier en daar werd de suggestie gewekt dat we er langer waren hadden moeten blijven. De westerse troepenmacht is er in veertien jaar niet in geslaagd om de Taliban te verslaan. De belangrijkste reden dat de missie in deze opzet faalde, was dat zij de Afghaanse bevolking geen duurzaam economisch toekomstperspectief kon bieden.

Het aan Uruzgan grenzende Helmand is exemplarisch voor wat er mis ging. De zuidelijke provincie, thuisland van de Taliban, was het toneel van de zwaarste gevechten in de oorlog. Van wederopbouw was weinig terechtgekomen. Er was nauwelijks industriële bedrijvigheid; werkeloosheid was hoog. Poppy tierde welig. Tegen het einde van 2010 verklaarde het Britse leger de provincie veilig. In Lashkar Gah, de provinciale hoofdstad, sprak ik begin 2011 met Afghaanse zakenmensen over economische projecten. Zij wilden best investeren, maar er was geen land beschikbaar. Ze verwachtten geen hulp van de regering in Kabul en beschouwden de lokale bestuurders als corrupt. Een van de ondernemers legde het verband met de grote aanwas van de moslimfundamentalisten in de provincie. ‘Hadden we een graansilo of een katoenfabriek, dan zouden jonge mannen zich niet aansluiten bij de Taliban.’ Britse ontwikkelingswerkers, verbonden aan de militaire basis, zeiden toe een state-of-the-art industrieterrein in de stad aan te leggen om werkgelegenheid te creëren. Zij vertrokken met de militairen in 2014 en droegen de verantwoordelijkheid voor het project over aan de Afghaanse overheid die daar de capaciteit noch de middelen voor had. Het industrieterrein kwam er niet.

Ontwikkelingssamenwerking in Afghanistan was vaak ondergeschikt aan politieke en militaire motieven. Economische projecten werden daardoor gekenmerkt door overambitieuze doelstellingen, niet afgestemd op de lokale behoeften of omstandigheden. Westerse organisaties namen als een parallelle overheid de primaire dienstverlening voor hun rekening. De regering ontwikkelde geen structureel economisch beleid. Corruptie roomde ontwikkelingsbudgetten af.  De economie die door de aanwezigheid van hulporganisaties en militaire contracten was opgebloeid stortte in toen de westerse soldaten zich begonnen terug te trekken in 2013.  Na veertien jaar buitenlandse interventie is Afghanistan nog steeds een van de armste landen ter wereld. Werkeloosheid is 40%. Binnenlandse productie is gering; import tien keer meer dan de export. Ongelijkheid is toegenomen. Een recent onderzoek van The Asia Foundation toonde aan dat Afghanen de slechte economie en de daaruit volgende werkeloosheid als het grootste probleem in hun land zien.

Om het vertrouwen van potentiele investeerders, zowel binnenlandse als buitenlandse, te herstellen zijn politieke stabiliteit en veiligheid van cruciaal belang. Voortgang in de vredesonderhandelingen zou daar een belangrijk fundament voor leggen. Wat de economie weer op gang zou helpen is het stimuleren van ondernemerschap, onder meer door het beschikbaar stellen van land en financiering, in het bijzonder landbouwkrediet. Dat vraagt niet alleen een langdurige betrokkenheid van de internationale gemeenschap, die grote infrastructurele projecten kunnen financieren, maar ook om een partnerschap met de Afghaanse overheid die de voortrekkersrol op zich moet nemen in het verbeteren van het ondernemersklimaat. Het vraagt om kleinschalige ontwikkelingsprojecten op lokaal niveau, geleid door Afghanen, op basis van lokale prioriteiten en behoeften om obstakels die mensen toegang tot markten ontzegt uit de weg te ruimen.  Het vraagt om het trainen van ondernemers en begeleiden van start-ups. Voor toekomstige militaire missies zouden we ons af moeten vragen of ontwikkeling dient om de militaire missie te doen slagen, of andersom.

 

Dit opiniestuk werd gepubliceerd in Trouw op 10 juni 2015, onder de titel ‘Een bloeiende economie kan de Taliban verslaan’.