Tien vragen over de vredesonderhandelingen met de Taliban (Dutch)

Dit artikel werd gepubliceerd door The PostOnline op 10 juli 2015

Eergisteren kwam het nieuws naar buiten dat de Afghaanse regering voor het eerst direct gesprekken heeft gevoerd met afgevaardigden van de Taliban in Islamabad, in het bijzijn van westerse en Chinese waarnemers. Tien vragen over de vredesonderhandelingen.

1. De Taliban, wie zijn dat ook al weer?
Tijdens de oorlog tegen de Russen waren veel Afghaanse vluchtelingen terecht gekomen in tentenkampen in Pakistan. Door de lange duur van de conflicten in hun land groeide daar een hele generatie buiten het vaderland op. Dat was waar de Taliban-beweging, koranstudenten aan religieuze madrassa’s, ontstond. Ze grepen de macht in Afghanistan om een einde te maken aan een gruwelijke burgeroorlog. De bevolking was aanvankelijk opgelucht; ze hoefden niet meer bang te zijn voor plunderingen en verkrachtingen. De opgetogen stemming sloeg om toen de Taliban de Sharia oplegden om een Islamitische heilstaat te creëren. Ze verboden muziekinstrumenten, videocassettes, Tv’s, voetbal, vliegeren, make-up, nagellak. Vooral tegen vrouwen voerden ze een wreed beleid. De religieuze politie handhaafde de orde. Het land werd bijna volledig van de buitenwereld afgesloten. Alleen Pakistan, de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi Arabië erkenden het regime.

2. Wat is de oorzaak van het conflict?
Onder de Taliban werd Afghanistan een broeinest van terrorisme. Osama Bin Laden en zijn organisatie Al-Qaeda konden zich er vestigen. Na de aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon in september 2001 weigerden de Taliban de terroristenleider uit te leveren aan de VS. ‘Ben je niet met ons dan ben je tegen ons,’ zei president George W. Bush. Hij bracht een grootschalige internationale troepenmacht op de been. Na een week van hevige bombardementen op Kabul in oktober 2001 vluchtten de Taliban en haar beschermelingen naar het grensgebied met Pakistan. In de VS worden de Taliban en Al-Qaeda verwarrend vaak onder één noemer geschaard. Osama Bin Laden zag de VS als aanstichter van de verdrukking van de Islam. El-Qaeda was verantwoordelijk voor de aanslagen op Amerikaans doelwitten. De Taliban willen de macht in Afghanistan.

3. Waarom kon dit niet eerder?
Na de val van de Taliban in 2001 werden ze niet betrokken bij de vredesonderhandelingen in Bonn. Dat was door 9/11 een ‘no-go’ voor de Amerikanen. De door hen geleide invasiemacht dacht de Al-Qaeda en de Taliban definitief te hebben verslagen. De leiders van deze organisaties, Osama Bin Laden en Moellah Omar, wisten te ontsnappen en sloegen kamp op in de Federally Administered Tribal Area (FATA) in Pakistan, waar ze zich hergroepeerden en –bewapenden. De Taliban namen hun toevlucht tot guerrillatactiek met zelfmoordaanslagen tegen de buitenlandse ‘bezetters’ en de regering in Afghanistan. Toen de Taliban later gevraagd werden aan de onderhandelingstafel plaats te nemen hadden ze hun positie zo verstevigd dat ze weinig meer genegen waren tot concessies. Zij wilden niet onderhandelen met de Afghaanse regering die zij zagen als ‘marionetten’ van de VS. Voormalig president Hamid Karzai probeerde om het vredesproces op gang te brengen, maar slaagde er niet. Af en toe vonden er op lager niveau toch gesprekken plaats, die tot niets leiden omdat de opstandelingen vast hielden aan de eis pas te willen onderhandelen als alle buitenlanders het land uit waren.

4. Hoe zijn de gesprekken dan nu tot stand gekomen?
Pakistan zou een bondgenoot in de oorlog tegen terreur moeten zijn, maar het lijkt er op dat conservatieve krachten binnen het Pakistaanse leger en de veiligheidsdienst bleken dubbelspel spelen. Zij bieden niet alleen onderdak aan extremistische en terroristische groeperingen, maar zijn mogelijk zelfs betrokken bij training en bewapening. De nieuwe Afghaanse eenheidsregering onder leiding van President Ashraf Ghani heeft de deur weten te zetten voor vredesbesprekingen met de Taliban door Pakistan te vragen te bemiddelen. Het buurland heeft in de afgelopen maanden een offensief uitgevoerd tegen de opstandelingen die in hun federale gebieden huizen. Mogelijk voelt de Taliban zich ook in hun bestaan bedreigd door IS, die vorig jaar opdook in Afghanistan en zich tegen hen heeft gekeerd.

5. Wat doet China er ineens bij?
China heeft zich afgelopen jaar ontpopt tot een belangrijke strategische partner van Afghanistan, om het daar economisch belangen bij heeft. Bovendien ziet zij niet graag dat binnenlandse moslimterroristen een veilige haven in Afghanistan krijgen, en vandaar aanslagen in de Xinjiang Provincie kunnen uitvoeren. De grootmacht is een belangrijke investeerder in Pakistan en kon voor zorgen dat dit land mee zou werken aan een oplossing voor het conflict in Afghanistan. Een van de eerste gesprekken met Taliban-afgevaardigden vond plaats in China.

6. En de strijd tegen vrouwen dan?
Toen er voor het eerst sprake was van gesprekken met de Taliban vroegen vrouwenorganisaties in Afghanistan om een rol in het proces. Die kregen ze niet. Hun angst is dat de vrouwenrechten worden opgeofferd voor de vrede. Afghanistan is een conservatief, traditioneel en diep religieus land. Opvattingen over de traditionele rol van vrouwen zijn diepgeworteld en hardnekkig, al is er in de steden een moderne en kosmopolitische middenklasse. Het Afghaanse parlement stemde deze week tegen toen Ashraf Ghani een vrouwelijke kandidaat voor het oppergerecht voorstelde. Ook bij deze gesprekken zat er geen vrouw aan tafel. Aan de voorbereidingen op dit vredesberaad die in Noorwegen plaatsvonden nam wel een vrouw deel, opmerkelijk omdat veel Taliban niet met vrouwen willen praten.

7. Staat iedereen hier achter?
De Taliban heeft zich weinig populair gemaakt doordat veel burgers getroffen werden door hun aanslagen. Veel Afghanen zijn er van overtuigd dat de moslimfundamentalisten geen vrede willen en dat het daarom geen zin heeft om met ze te onderhandelen. Dat komt voort uit een diep wantrouwen tegenover buurland Pakistan en de overtuiging dat zij de Taliban aansturen, en daarmee effectief de aanstichters zijn van het conflict in Afghanistan. De Afghaanse inlichtingdienst beschuldigde haar Pakistaanse tegenhanger onlangs van betrokkenheid bij de grootschalige aanslag op het parlementsgebouw in Kabul. Wat enorme verontwaardiging en woede veroorzaakte is dat Ashraf Ghani verregaande politieke concessies heeft gedaan om Pakistan zo ver te krijgen mee te werken aan deze onderhandelingen. Men verwacht dat het buurland zich niet aan gemaakte afspraken zal houden.

8. Wat was het doel van dit gesprek?
Ondanks het voortgaand vredesproces is er geen sprake van een staakt-het-vuren. De moslimextremisten zetten een grootschalig lenteoffensief in met bijna dagelijks aanvallen op openbare gelegenheden in Kabul en politieposten en legerbases in het hele land. Bij de gewelddadigheden vielen onder de Afghaanse veiligheidstroepen in de eerste 15 weken van het jaar 330 slachtoffers per week. Het aantal doden en gewonden onder de burgerbevolking in de eerste drie maanden van dit jaar bedroeg 50% meer dan vorig jaar. Verschillende districten vielen in de handen van de Taliban, om daarna weer door de Afghaanse veiligheidstroepen te worden ingenomen. Het doel van de Afghaanse regering is een einde maken aan alle gewelddadigheden. Dat is waar de Afghaanse bevolking naar snakt. Met de val van de Taliban leek er een einde gekomen aan drie decennia van oorlogen in Afghanistan. Niets bleek minder waar. De Afghaanse bevolking leed in de afgelopen veertien jaar nog steeds onder oorlogsgeweld.

9. Heeft het kans van slagen?
Een complicerende factor bij de vredesonderhandelingen is dat er eigenlijk niet zoiets is als ‘de Taliban’. Er zijn meerdere groeperingen met een vergelijkbare ideologie die losjes met elkaar zijn geassocieerd maar verschillende doelstellingen nastreven. Zo is er een onderscheid tussen de Afghaanse Taliban en de Pakistaanse Taliban. Andere partijen zijn het Haqqani netwerk en de Hezb-i Islami groepering van mujahedeen Gulbuddin Hekmatyar. De laatste heeft zich loyaal verklaard aan IS in de strijd tegen de Taliban. Voetsoldaten zijn vooral huurlingen, die voor geld vechten, niet voor ideologie. Armoede biedt een voedingsbodem voor extremistische organisaties om nieuwe rekruten te winnen. Het feit dat de partijen met elkaar om de tafel zaten is op zich reden tot optimisme, maar om dit een grote doorbraak te noemen zou te ver voeren. In een brief naar de New York Times schreef de woordvoerder van het Taliban-kantoor in Qatar dat ‘de afgevaardigden in Islamabad niet geautoriseerd waren om onderhandelingen te voeren.’ Ze zouden zijn gedwongen door de Pakistani om deel te nemen. Zolang niet alle strijdende partijen om de tafel zitten blijft vrede ongrijpbaar.

10. Wat heeft dit met ons te maken?
Nederland heeft grote offers gebracht voor militaire missie in Afghanistan. Die heeft 26 landgenoten het leven gekost. Het is voor Nederlandse militairen misschien een hard gelag, dat de Afghaanse overheid nu onderhandelt met de vijand. Maar de harde waarheid is dat de westerse troepen de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het land in 2014 overdroegen aan het Afghaanse Nationale Leger zonder de vijand daadwerkelijk te hebben verslagen. Als de Afghaanse overheid er niet in slaagt om een vredesakkoord te sluiten dan is de kans erg groot dat Nederland weer gevraagd wordt om een militaire bijdrage. In de VS wordt al voorzichtig gesproken over een uitbreiding van de missie in Afghanistan, om te voorkomen dat islamitische extremisten daar de macht grijpen

Afghanistan heeft economische ontwikkeling nodig (Dutch)

Traffic jam

Vorige week kwam het bericht in de pers dat politieposten in Uruzgan waren ingenomen door de Taliban. Het veroorzaakte grote ophef in Nederland, vooral onder militairen die zich afvroegen of hun inspanningen en opofferingen tevergeefs waren geweest. Hier en daar werd de suggestie gewekt dat we er langer waren hadden moeten blijven. De westerse troepenmacht is er in veertien jaar niet in geslaagd om de Taliban te verslaan. De belangrijkste reden dat de missie in deze opzet faalde, was dat zij de Afghaanse bevolking geen duurzaam economisch toekomstperspectief kon bieden.

Het aan Uruzgan grenzende Helmand is exemplarisch voor wat er mis ging. De zuidelijke provincie, thuisland van de Taliban, was het toneel van de zwaarste gevechten in de oorlog. Van wederopbouw was weinig terechtgekomen. Er was nauwelijks industriële bedrijvigheid; werkeloosheid was hoog. Poppy tierde welig. Tegen het einde van 2010 verklaarde het Britse leger de provincie veilig. In Lashkar Gah, de provinciale hoofdstad, sprak ik begin 2011 met Afghaanse zakenmensen over economische projecten. Zij wilden best investeren, maar er was geen land beschikbaar. Ze verwachtten geen hulp van de regering in Kabul en beschouwden de lokale bestuurders als corrupt. Een van de ondernemers legde het verband met de grote aanwas van de moslimfundamentalisten in de provincie. ‘Hadden we een graansilo of een katoenfabriek, dan zouden jonge mannen zich niet aansluiten bij de Taliban.’ Britse ontwikkelingswerkers, verbonden aan de militaire basis, zeiden toe een state-of-the-art industrieterrein in de stad aan te leggen om werkgelegenheid te creëren. Zij vertrokken met de militairen in 2014 en droegen de verantwoordelijkheid voor het project over aan de Afghaanse overheid die daar de capaciteit noch de middelen voor had. Het industrieterrein kwam er niet.

Ontwikkelingssamenwerking in Afghanistan was vaak ondergeschikt aan politieke en militaire motieven. Economische projecten werden daardoor gekenmerkt door overambitieuze doelstellingen, niet afgestemd op de lokale behoeften of omstandigheden. Westerse organisaties namen als een parallelle overheid de primaire dienstverlening voor hun rekening. De regering ontwikkelde geen structureel economisch beleid. Corruptie roomde ontwikkelingsbudgetten af.  De economie die door de aanwezigheid van hulporganisaties en militaire contracten was opgebloeid stortte in toen de westerse soldaten zich begonnen terug te trekken in 2013.  Na veertien jaar buitenlandse interventie is Afghanistan nog steeds een van de armste landen ter wereld. Werkeloosheid is 40%. Binnenlandse productie is gering; import tien keer meer dan de export. Ongelijkheid is toegenomen. Een recent onderzoek van The Asia Foundation toonde aan dat Afghanen de slechte economie en de daaruit volgende werkeloosheid als het grootste probleem in hun land zien.

Om het vertrouwen van potentiele investeerders, zowel binnenlandse als buitenlandse, te herstellen zijn politieke stabiliteit en veiligheid van cruciaal belang. Voortgang in de vredesonderhandelingen zou daar een belangrijk fundament voor leggen. Wat de economie weer op gang zou helpen is het stimuleren van ondernemerschap, onder meer door het beschikbaar stellen van land en financiering, in het bijzonder landbouwkrediet. Dat vraagt niet alleen een langdurige betrokkenheid van de internationale gemeenschap, die grote infrastructurele projecten kunnen financieren, maar ook om een partnerschap met de Afghaanse overheid die de voortrekkersrol op zich moet nemen in het verbeteren van het ondernemersklimaat. Het vraagt om kleinschalige ontwikkelingsprojecten op lokaal niveau, geleid door Afghanen, op basis van lokale prioriteiten en behoeften om obstakels die mensen toegang tot markten ontzegt uit de weg te ruimen.  Het vraagt om het trainen van ondernemers en begeleiden van start-ups. Voor toekomstige militaire missies zouden we ons af moeten vragen of ontwikkeling dient om de militaire missie te doen slagen, of andersom.

 

Dit opiniestuk werd gepubliceerd in Trouw op 10 juni 2015, onder de titel ‘Een bloeiende economie kan de Taliban verslaan’.